Punktur IJslandse Paarden

IJslander begrippen

Rondom IJslanders worden een aantal aparte termen gebruikt. Die willen we hier toelichten. Wat tölt en tengang is, kun je op onze site en veel andere plaatsen lezen, maar wat is een 4- of 5-ganger? En wat is een natuurtölter?

4- en 5-ganger

Het lijkt simpel: een 4-ganger is een IJslander met 4 gangen en een 5-ganger heeft daar nog telgang bij. Maar daar begint het al: alleen RENtelgang telt mee, Schweinepass (langzame telgang) telt niet mee, omdat dit een stijve en ongewenste gang is. Dit is een indeling naar het aantal gangen.

Wij hanteren liever een indeling naar de lateraalheid in laterale en diagonale paarden.

Paarden met heel veel laterale aanleg kunnen soms zelfs op alle snelheden telgang vertonen. Zelfs stap en galop worden dan vervangen door telgang. Ook tölt kan dan een probleem zijn. Iets minder lateraal zijn paarden die langzame telgang alleen vertonen zodra ze stress of spanning krijgen; Dit kunnen hele aangename rijpaarden zijn met veel tölt en die, mits goed gereden, alle gangen kunnen tonen!

Niet alle laterale paarden kunnen rentelgangen. Daarvoor moeten ze naast laterale gangenaanleg ook genoeg temperament hebben om het leuk te vinden om loeihard te gaan.

Aan de andere kant van het scala van de gangaanleg zitten diagonale paarden. In principe is hun gangaanleg heel herkenbaar en lijkt op die van een willekeurig Europees paard; stap draf en galop, dus. Tölt moet zulke paarden worden aangeleerd. Bij velen blijft het een gang die alleen gereden kan worden door voldoende druk op te bouwen. Maar ALS ze dan tölten, is dat vaak met veel kracht en actie! Sommige diagonale paarden hebben zo weinig aanleg dat het trainen en rijden van de tölt echt specialisten werk is.

Het ideaal is natuurlijk dat paarden een goed gescheiden gangenaanleg hebben; alle gangen zijn er, mits de goede hulpen gegeven worden!

Elk paard heeft zo zij eigen gangaanleg en past ergens in dit verhaal. Of een paard bij je past is dus ook heel prive! Kennismaken en uitproberen is derhalve heel belangrijk. Bij Punktur in Polen is dat makkelijk, want wij hebben veel verschillende rijpaarden beschikbaar.

Natuurtölter

Natuurtölter is ook zo’n term die duidelijk lijkt; dat is een paard dat van nature tölt. Maar als je paarden gaat trainen, kom je erachter dat er een enorm verschil is tussen paarden die van nature zonder ruiter in de weide tölten en paarden die onder de ruiter (bijna) alleen maar tölt aanbieden. Een weide-natuurtölter is niet noodzakelijk een rijpaard-natuurtölter. Onder invloed van het ruitergewicht en de zit van de ruiter kan het paard een voorkeur krijgen voor een andere gang. Maar gelukkig komt andersom ook voor: paarden die in de weide wat anders laten zien, maar onder een ruiter een grote voorkeur hebben voor tölt. De rijpaard-natuurtölter.

De term “natuurtölter’ heeft, volgens ons, daarnaast nog een groot probleem: het wekt de indruk dat de ruiter helemaal niets hoeft te doen. Voor de omschrijving van rijpaard-natuurtölter zou je ook denken dat dat zou moeten kloppen, maar: dat betekend nog altijd wel dat de ruiter correct en voldoende ontspannen moet zitten en dus een goede onafhankelijke zit moet hebben. Een rijpaard-natuurtölter die door een gespannen of scheve ruiter wordt gereden, blijft daarom toch meestal niet “vanzelf” tölten, maar wordt in feite door zijn ruiter aangezet om een andere gang of een mix te kiezen. Ook op een natuurtölter moet de ruiter zijn best doen om het voor het paard gemakkelijk te maken om te tölten.

Recreatiepaard en wedstrijdpaard

Veel mensen denken dat een recreatiepaard een mislukt wedstrijdpaard is. Een die net niet goed genoeg was. Niets is minder waar: aan een goed recreatiepaard worden hoge eisen gesteld en dat zijn hele andere eisen dan die aan een wedstrijdpaard worden gesteld. Een goed recreatiepaard moet:

  • Tölten, vaak ook onder verschillende ruiters en onder minder begaafde ruiters
  • Een comfortabele tölt hebben
  • Foutjes en onduidelijkheden van zijn ruiter accepteren
  • Onverschrokken en verkeers (en andere gekke dingen) mak zijn
  • Leuk en lief zijn, een echt maatje

Aan een wedstrijdpaard worden bijna tegenovergestelde eisen gesteld:

  • Natuurlijk moet hij kunnen tölten (of rentelgangen)
  • Een mooie en spectaculaire tölt hebben
  • Die mooie spectaculaire tölt komt niet vanzelf en is vaak moeilijk om te rijden, dat maakt niet uit, het gaat om het eindplaatje
  • Subtiel zijn in de hulpgeving, zodat alle signalen van zijn ruiter overkomen
  • Veel temperament en wil om te showen hebben
  • Schrikken en kuren hebben mag, als het maar niet teveel in de wedstrijdbaan gebeurt

Om deze twee typen paarden te fokken heb je dus paarden nodig met een ander exterieur (bouw) en een ander karakter. Een beroemde voorouder die veel wedstrijden heeft gewonnen is dus ook niet meteen een aanbeveling voor een recreatiepaard.

Bij Punktur is ons fokdoel een recreatiepaard, maar soms wordt er een beetje een ander type geboren, die ook of zelsf beter geschikt is als wedstrijdpaard.

Een IJslander is geen kinderpony

Omdat IJslanders klein en onverschrokken zijn, denken mensen wel eens dat het kinderpony’s zijn. IJslanders zijn al meer dan een eeuw gefokt als transportmiddel, vooral voor grote, stoere IJslandse mannen. Voor veel kinderen is het zelfstandige karakter, de eigen wil en het temperament van een IJslander teveel van het goede. Kinderen hebben vaak nog niet het zelfbewustzijn om de leiding te nemen. En dan komt daar nog bij dat het rijden van de gangen rijtechnisch best veel vraagt. Natuurlijk kunnen kinderen wel op IJslander rijden, maar het is geen ras speciaal voor hen. Een gemoedelijkere shetlander vergeeft veel meer fouten en kan geen gangen door elkaar gaan husselen.

...designed by Zaranie